Smeken om liefde ~ Krijgen van liefde

Sommige mensen worden niet geboren in vrijheid.
Sommige mensen worden geboren in overleven.

Als kind begrijp je dat nog niet.
Je voelt alleen dat er iets anders is.
Dat je voortdurend bezig bent met aanvoelen, opletten, aanpassen.
Alsof je lichaam al vroeg leert dat rust nooit helemaal veilig is.

Je leert gezichten lezen nog voor je jezelf leert begrijpen.
Je leert stemmingen voorspellen.
Je leert wanneer je stil moet zijn, wanneer je moet verdwijnen, wanneer je jezelf kleiner moet maken om de dag zonder conflict door te komen.

En ergens onderweg verlies je iets wat een kind eigenlijk vanzelf zou moeten hebben:
het recht om gewoon zorgeloos te bestaan.

Dus groei je op met een onzichtbare zwaarte die niemand echt ziet.

Van buiten lijk je misschien sterk, rustig of volwassen voor je leeftijd.
Maar vanbinnen leeft een kind dat voortdurend op scherp staat.
Een kind dat nooit volledig leert ontspannen.
Dat altijd bezig is met overleven in plaats van leven.

En dan komen de tienerjaren.

De jaren waarin anderen zichzelf ontdekken, terwijl jij steeds verder van jezelf verwijderd raakt.

Je probeert erbij te horen.
Je probeert normaal te zijn.
Je probeert te begrijpen waarom alles voor anderen vanzelf lijkt te gaan terwijl jij al uitgeput bent nog voor de dag begint.

Je begint te voelen dat je anders denkt.
Anders voelt.
Anders reageert op de wereld.

Maar de maatschappij houdt niet van “anders”.

Dus begin je maskers te dragen.

Je lacht terwijl je breekt.
Je zwijgt terwijl je hoofd schreeuwt.
Je past jezelf aan aan wat anderen nodig hebben, omdat je bang wordt dat niemand blijft als ze zien hoe moe je werkelijk bent.

En langzaam raak je jezelf kwijt.

Niet in één groot moment.
Maar beetje bij beetje.

Tot je op een dag beseft dat je hele persoonlijkheid gebouwd is rond overleven.

En dan komt die drang om weg te vluchten.

Niet altijd letterlijk.
Soms gewoon emotioneel.
Mentaal.
De nood om eindelijk ergens terecht te komen waar je vrij mag ademen.
Waar je niet voortdurend in de schaduw van iemand anders moet leven.
Waar je niet constant moet voldoen aan verwachtingen die nooit echt van jou waren.

Dus je vertrekt.

Met hoop.
Met dromen.
Met het verlangen om eindelijk je eigen leven op te bouwen.

Maar trauma reist mee.

Dat is het harde aan trauma:
je kan van plaats veranderen, van omgeving, van mensen…
maar je zenuwstelsel verhuist altijd mee.

En plots besef je dat je niet alleen opnieuw moet beginnen in het leven —
maar ook opnieuw moet leren bestaan als mens.

Met andere mensen.
Andere verwachtingen.
Andere teleurstellingen.

En telkens opnieuw bots je op dezelfde muur.

Je geeft te veel.
Voelt te diep.
Draagt te lang.
Probeert te hard.

Tot je lichaam begint te protesteren.

Want een mens kan zichzelf maar zolang forceren voor hij breekt.

En op een bepaald moment neemt die pijn alles over.

Je energie.
Je slaap.
Je vertrouwen.
Je relaties.
Je toekomstbeeld.

Zelfs eenvoudige dingen worden zwaar.

Opstaan voelt als een gevecht.
Mensen zien kost energie.
Praten wordt vermoeiend.
Functioneren voelt alsof je elke dag een rol speelt in een leven waar je nooit echt hebt mogen thuiskomen.

En toch blijft de wereld hetzelfde zeggen:

“Werk aan jezelf.”
“Je moet leren loslaten.”
“Je moet verdergaan.”
“Je moet jezelf zijn.”

Maar hoe word je jezelf…
wanneer je bijna je hele leven geleerd hebt iemand anders te moeten zijn om te overleven?

Dat is de strijd waar niemand je op voorbereidt.

Niet alleen de pijn van wat gebeurd is —
maar de uitputting van jarenlang jezelf onderdrukken om aanvaard te worden.

Want trauma leeft niet enkel in herinneringen.
Het leeft in hoe je naar mensen kijkt.
Hoe snel je schrikt.
Hoe moeilijk rust voelt.
Hoe schuldig je je voelt voor je eigen grenzen.
Hoe je lichaam spanning vasthoudt alsof gevaar nooit echt verdwenen is.

En ergens onderweg begin je te beseffen dat de maatschappij vaak meer comfort vindt in aangepaste slachtoffers dan in eerlijke verhalen.

Zolang je stil geneest, ben je begrijpbaar.
Maar zodra je uitspreekt hoe diep de schade werkelijk zit, worden mensen ongemakkelijk.

Omdat jouw pijn hen confronteert met iets waar geen simpele oplossing voor bestaat.

En dus draag je verder.

De demonen.
De herinneringen.
De vermoeidheid.
De maskers.

Tot je bijna vergeet wie je was vóór al het overleven begon.

Maar diep onder al die lagen leeft nog steeds iemand.

Iemand die nooit moeilijk was.
Nooit te gevoelig.
Nooit te veel.

Gewoon iemand die veel te jong heeft moeten leren hoe zwaar het leven kan worden wanneer liefde, veiligheid en rust geen vanzelfsprekendheid zijn.

Toch gebeurt er soms iets onverwachts in een mensenleven.

Soms ontmoet je iemand die niet vraagt waarom je beschadigd bent,
maar die naast je komt zitten tussen de brokstukken.

Iemand die niet probeert je te veranderen in een gemakkelijker mens,
maar die je voorzichtig ruimte geeft om eindelijk te ontdekken wie je eigenlijk bent.

En misschien ben ik daar nog niet helemaal uit.
Misschien ben ik nog onderweg.

Maar onderweg zijn betekent ook dat je niet meer stilstaat in dezelfde pijn.

Want diep vanbinnen weet je ergens wel wie je bent.
Je weet hoeveel je hebt overleefd.
Hoe vaak je opnieuw bent opgestaan terwijl niemand zag hoe moe je werkelijk was.

En misschien is dat het belangrijkste wat je ooit echt bezit:
het besef dat niemand jouw verhaal heeft geleefd behalve jij.

Je begint te weten wat je wilt.
Maar nog belangrijker:
je begint eindelijk te weten wat je niet meer wilt.

Geen leven meer waarin je jezelf moet wegcijferen om aanvaard te worden.
Geen omgeving meer waarin overleven verward wordt met leven.
Geen liefde meer die je kleiner maakt dan je bent.

Want achter de humor, achter de scherpe opmerkingen, achter het stoere karakter en de lach die niet iedereen begrijpt, schuilt gewoon een vrouw die jarenlang heeft gevochten om zacht te mogen blijven in een harde wereld.

Een strijder met humor als schild.
Met een hart van goud dat veel te lang bezig is geweest met anderen dragen, terwijl het zelf verzorging nodig had.

En nee… wij waren niet voorbereid op deze reis.

Niet op de labels.
Niet op de chaos.
Niet op de pijn die mensen met zich meedragen.

Maar onderweg ontdekten we wel iets veel waardevollers:
hoe het voelt om samen te leren leven in een omgeving waar respect belangrijker is dan perfectie.

Een plaats waar verschillen niet onmiddellijk gecorrigeerd moeten worden.
Waar niemand zich elke dag hoeft af te vragen of hij wel “normaal genoeg” is om liefde te verdienen.

Want leven met labels betekent niet dat je minder mens bent.
Het betekent alleen dat jouw handleiding anders geschreven werd.

En misschien moeten we als maatschappij stoppen met doen alsof iedereen hetzelfde moet functioneren om samen te mogen leven.

We verwachten toch ook niet dat iedereen dezelfde haarkleur heeft om in hetzelfde gebouw te wonen?

Waarom voelen zoveel mensen zich dan alsof ze zichzelf dagelijks moeten bevechten om te mogen bestaan in een wereld die zogezegd voor iedereen bedoeld is?

Misschien ligt echte menselijkheid niet in mensen aanpassen tot ze perfect binnen het systeem passen.

Misschien ligt ze net in het vermogen om ruimte te maken voor elkaar.

Voor verschillen.
Voor gevoeligheid.
Voor pijn.
Voor groei.
Voor mensen die niet perfect functioneren, maar wel oprecht proberen lief te hebben, te overleven en iets moois te maken van hun leven.

En ja… ik heb nog veel te leren.

Over mezelf.
Over het leven.
Over onze kinderen.
Over de liefde.

Maar elke dag opnieuw staat daar ook een man die mee helpt dragen waar ik ooit alleen onder gebukt ging.

Een man die ervoor zorgt dat wij — elk met onze eigen littekens, onze eigen gevoeligheden en onze eigen labels — toch een warm en sterk gezin kunnen vormen.

Niet perfect.
Niet zonder strijd.
Maar echt.

En misschien is dat uiteindelijk waar vrijheid begint:

Niet in volledig genezen.
Niet in eindelijk “normaal” zijn.

Maar in het moment waarop je voor het eerst mag bestaan zonder jezelf voortdurend te moeten verbergen.

♥️

Zwijgen was goedkoper geweest

Er wordt vaak gesproken over rechten, bescherming en procedures.

Maar wat gebeurt er wanneer iemand effectief zijn stem gebruikt?

Ik heb een schorsing van 8 weken gekregen van de RVA, op basis van “vrijwillige werkloosheid”.

Maar zo heb ik mijn situatie niet beleefd.

Ik ben mijn job kwijtgeraakt.
En dat in een context waarin ik officieel erkend ben als klokkenluider en actief was als vakbondsvertegenwoordiger.

Laat dat even binnenkomen.

Ik heb mijn stem gebruikt.
En vandaag betaal ik daar de prijs voor.

Voor die beslissing is er een verhoor geweest.
Een moment waarop ge uw kant van het verhaal kunt doen.

Ik ben daar gegaan met één doel: uitleg geven.

Uitleggen dat mijn situatie niet zwart-wit is.
Dat de feiten die gebruikt worden, volgens mijn aanvoelen los getrokken zijn van hun context.
Dat mijn reacties niet uit het niets kwamen, maar het gevolg waren van een lange periode waarin ik zaken heb aangekaart die volgens mij niet juist liepen.

Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat ik niet ben vertrokken uit keuze.
Niet omdat ik niet wou werken.

Maar omdat de situatie geëscaleerd is… en uiteindelijk geleid heeft tot mijn ontslag.

En toch blijft er één woord hangen:

“Vrijwillig”.

Alsof dit een keuze was.

Alsof iemand vrijwillig zijn inkomen op het spel zet.
Alsof iemand vrijwillig in onzekerheid stapt.
Alsof iemand vrijwillig op zijn limiet gaat.

De gevolgen zijn concreet.

8 weken zonder uitkering.
8 weken zonder financiële zekerheid.
8 weken waarin alles blijft doorgaan, behalve uw inkomen.

Dat is stress.
Dat is druk.
Dat is elke dag opnieuw nadenken over dingen die vroeger vanzelfsprekend waren.

Maar het gaat verder dan geld.

Het zit in wat dat met u doet.

De twijfel die binnenkomt.
De vragen die ge uzelf stelt:

“Had ik beter gezwegen?”
“Was het het waard?”

En dat is misschien het gevaarlijkste van alles.

Want dat is exact wat mensen tegenhoudt.

Niet omdat ze niets zien.
Maar omdat ze weten wat het kan kosten.

Deze situatie is voor mij geen puur administratief verhaal.
Het voelt als een gevolg van een groter geheel.

Van spreken.
Van benoemen.
Van niet wegkijken.

En ja… daar hangt een prijs aan.

Niet alleen financieel.
Maar ook mentaal.
En zelfs naar de toekomst toe.

Want hoe wordt zoiets bekeken?
Hoe legt ge dit uit zonder dat uw verhaal herleid wordt tot één label?

Dat zijn vragen waar ik vandaag mee zit.

Ik schrijf dit niet om medelijden te krijgen.

Ik schrijf dit omdat dit ook gezien moet worden.

De context achter een beslissing.
De realiteit achter één woord.
De impact die nergens op papier staat.

En misschien nog het belangrijkste:

Omdat er mensen zijn die dit herkennen… maar zwijgen.


Als spreken gevolgen heeft…
dan moeten we ons misschien afvragen hoe vrij die keuze nog echt is.

Uw stem gebruiken heeft een prijs

Uw stem gebruiken heeft een prijs.

Een tijdje geleden heb ik mijn verhaal gedeeld.
Voor wie het nog niet gelezen heeft: ik verwijs er graag naar. Daar staat uitgelegd wat er gebeurd is.

Maar dit stuk gaat daar niet over.

Dit gaat over de prijs.

Want wat weinig mensen zien, is wat er gebeurt nadat ge uw mond hebt opengetrokken.

Ge denkt misschien: “oké, ik heb mijn punt gemaakt, nu komt er verandering.”
Maar zo werkt het niet altijd.

Soms begint het dan pas.

Vandaag zit ik thuis.
Niet omdat ik dat gepland had.
Maar omdat het zo gelopen is.

De mentale druk… dat kruipt onder uw huid.
Ge begint te twijfelen. Aan uzelf. Aan alles.
Terwijl ge eigenlijk gewoon hebt gedaan wat ge dacht dat juist was.

En ja… intussen ben ik mijn job kwijt.

Dat is de realiteit.

En daar stopt het niet.

Want wat nog minder gezegd wordt… is het financiële.

Lees verder “Uw stem gebruiken heeft een prijs”

Iedereen heeft wel ‘iets’… allé, serieus?

“Iedereen heeft wel iets”… allé ja?
Dit is mijn “iets”.
Over een hoofd dat nooit stopt, overleven in plaats van leven, en uiteindelijk toch kiezen voor mezelf.

Ze zeggen dat zo makkelijk:
“Tegenwoordig heeft iedereen wel iets.”

Allez ja…
Als ge dat zegt, dan ben ik eigenlijk al weg hé.
Dan heb ik al geen goesting meer om nog iets uit te leggen.


Ik ben Sammy. 39. Geboren in Anderlecht.
Mama en plusmama van twee gasten waar ik zot van ben.

En ja… ik heb ook “iets”.

Of ja — “iets”…
Ge gaat wel zien.


Zeven jaar geleden zat ik voor het eerst bij een psychiater.

En ik zweer het u: ik weet nog altijd wat mij het meeste is bijgebleven.

Niet wat ze zei.
Maar hoe ze eruitzag.

Zoveel kleuren. Zoveel details.
Mon dieu… mijn kop kon dat niet volgen.

Alles tegelijk.
Alles te veel.

Welkom in mijn hoofd.


En da stopt niet bij wat ik zie hé.

Mensen… pfff.
Een zucht. Een blik. Een glimlach die een beetje anders is.

Direct: “Wat is er? Heb ik iets gedaan?”

Mijn hoofd maakt films. Hele cinema’s.


En stilte?

Nee merci.

Ik begin gewoon te praten.
Blijven gaan. Blijven vullen.

Tot ik mezelf hoor en denk:
“Amai Sammy… wat zijt gij hier eigenlijk aan het doen?”

En dan begint het:
overdenken, analyseren, twijfelen…

Catastrophe.


Zeven jaar geleden begon het echt.

Iemand die zei: “Zeg maar.”
En die ook écht luisterde.

Zonder oordeel. Zonder “allee, zo erg is het toch niet”.

Voor het eerst voelde ik mij niet “te veel”.


Ondertussen?
Ik heb daar meer uren gezeten dan in de fitness, serieus.

En ja — nu krijg ik wel weerwoord 😅
Gelukkig maar.


Ik ben geen gemakkelijke. Echt niet.

Maar voor de eerste keer zie ik dat zelf ook.

Niet als iets negatief.
Maar gewoon… comme C’est


“Iedereen heeft wel iets.”

Oké.
Hier is mijn “iets”:

  • ADHD
  • ASS
  • PTSD
  • HSP
  • Verlatingsangst
  • Bindingsangst
  • Minderwaardigheidscomplex
  • En nog een paar dingen… pour la totale

“Iets”, zeggen ze dan.


Ik noem dat:
leven met een hoofd dat nooit zwijgt.

Altijd aan. Altijd bezig.
Altijd iets aan het zoeken, voelen, denken.


Ja — ik ben waarschijnlijk een businessmodel op zich
voor psychiaters, neurologen en heel die pharmacie.

Maar bon…

Voor het eerst heb ik ook antwoorden.

Op vragen die al jaren in mijn kop zitten te spoken.
Vieze gedachten. Donkere dingen.

Dingen waar ik van weg wil.


En soms lukt dat.

Soms ga ik weg.
Niet echt weg… maar in mijn hoofd.

Op vakantie.

En daar…
daar geraakt niks binnen.

Geen stress. Geen overthinking. Geen lawaai.

Juste rust.

En dat… dat pakt niemand mij nog af.


Ik ben niet “genezen”.

Maar ik ben ook niet meer dezelfde.

Ik ben een nieuwe Sammy.

Eentje die eindelijk zegt:
“Ho, stop. Nu eerst ik.”


Ik heb voor mezelf gekozen.

En pas daarna…
voor de rest.

Voor mijn partner.
Die mij heeft gezien op momenten dat ik mezelf niet eens kon zien.

En toch bleef.

Allez… wie doet dat nog?


Maar dat kon alleen
omdat ik eerst voor mezelf heb gekozen.


Voor rust.
Voor mijn leven.
Voor iets dat klopt.


Dus nee…
het is niet “iedereen heeft wel iets”.

Sommige mensen dragen gewoon
een hele wereld in hun hoofd —
en leren elke dag
hoe ze daar niet in verloren lopen.

En ik?
Ik ben daar nog altijd mee bezig.

Maar deze keer…
loop ik niet meer weg van mezelf.

Ik voelde dat het niet klopte… en toch bleef ik

Ik heb hier lang over getwijfeld. Echt lang.

Omdat het persoonlijk is. Omdat het niet simpel is.
En ook een beetje omdat je denkt: ga ik hier weer miserie mee krijgen?

Maar bon… op een bepaald moment had ik zo iets van: Ik ben niet iemand die opkropt. Ik word er niet gelukkiger van..

Soms kom je ergens terecht en je voelt dat direct… ça ne va pas.
Je kan het niet altijd uitleggen, maar diep vanbinnen weet je: hier klopt iets niet.

Dit is mijn verhaal. Gewoon, zoals ik het beleefd heb.

Toen ik begon, had ik goesting. Echte goesting.
Voor mij waren dingen simpel: respect, eerlijk zijn, zeggen waar het op staat – met respect – … da’s toch normaal?

In het begin leek dat ook zo.
Maar stilaan begonnen er kleine dingen op te vallen.

Van die momenten waarop je achteraf denkt:
amai… waarom voelde dat zo raar?

Niets spectaculair, maar genoeg om te voelen: hier zit iets scheef.

Ik heb dat altijd proberen te zeggen. Rustig. Correct.
Niet om ambras te maken, maar gewoon omdat ik dacht: we kunnen dit beter maken, non?

In mijn rol als afgevaardigde voelde ik dat nog harder.
Je hoort dingen. Je ziet dingen.
En je weet: ik kan hier niet gewoon mijn ogen voor sluiten.

Soms zijn dat kleine dingen, maar geloof mij…
kleine dingen worden snel grote dingen als niemand iets zegt.

Dus ja, ik heb mijn mond opengetrokken. Altijd met respect.
Maar blijkbaar is dat niet altijd wat mensen willen horen.

En dan voel je dat hé…
de sfeer verandert. Blikken veranderen.
Je staat ineens aan de andere kant.

Na een tijd begon dat echt door te wegen.

Spanningen. Misverstanden. Dingen die blijven hangen.
En vooral dat gevoel: ik word hier niet echt gehoord.

Dat kruipt in u. Serieus.
Ge denkt dat ge dat kunt loslaten, maar nee… ge pakt dat mee naar huis.

En op een bepaald moment… was het gewoon op.
Niet ineens. Maar beetje bij beetje.

Tot je lichaam en je hoofd zeggen: stop, het is genoeg geweest.

Ik ben tegen mijn grens gelopen.

En eerlijk? Dat was niet makkelijk om toe te geven.
Want ge wilt doorgaan. Ge wilt sterk zijn.

Maar iedereen heeft zijn limiet.
En ik had de mijne bereikt.

Niet omdat ik zwak ben.
Maar omdat het gewoon… te veel was. Punt.

Nu ben ik bezig met herstellen.
Met terug wat rust te vinden.
Met alles een plaats te geven.

En met één vraag die blijft hangen:
hoe blijf ik mezelf, in alles wat er gebeurt?

Ik schrijf dit niet om iemand zwart te maken.
Dat interesseert mij eerlijk gezegd niet.

Ik schrijf dit omdat ik weet dat er mensen zijn die dit gaan herkennen.

Mensen die ook denken:
ben ik nu overdrijvend, of klopt dit echt niet?

Mensen die zwijgen omdat het makkelijker is.
Of omdat ze denken dat ze alleen staan.

Maar geloof mij… dat is niet zo.

Wat ik geleerd heb, en echt op de harde manier…

uw gevoel liegt niet.

Je mag dingen in vraag stellen.
Je mag zeggen: dit klopt niet voor mij.
Je mag grenzen trekken.

Zelfs als dat lastig is.
Zelfs als anderen dat niet graag hebben.

Want ja… zwijgen is makkelijker.
Maar op het einde?
Betaal je daar zelf de prijs voor.

Ik ben er nog niet.
Ik ben nog bezig. Nog aan het zoeken.

Maar één ding weet ik wel.

Ik ga mij nooit meer klein houden om het voor anderen gemakkelijk te maken.

Nooit meer doen alsof alles oké is als dat niet zo is.
Nooit meer mijn gevoel wegduwen om de “rust” te bewaren.

Want op het einde van de dag…
moet ik met mezelf kunnen leven.

En dat is voor mij het enige dat echt telt.

Wanneer tradities beginnen te wringen

10273226_10203869789365080_8672348104153607482_o

945322_10201200101544553_554424096_n
Pépé en Mémé met de kleinkinderen (een deel ervan)

Sommige tradities groeien gewoon mee met de jaren.
Andere… beginnen een beetje te wringen. Zachtjes eerst. En dan ineens denk je: hmm… ça ne va plus vraiment.

En dat gaat niet alleen over kleine kinderen die naar de lagere school gaan. Dat zit ook in familie, in gewoontes, in dingen die “altijd zo geweest zijn”.

Bij ons is er zo’n traditie.
Elke 1 januari samenkomen met de hele familie om het nieuwe jaar in te zetten.

En geloof mij… dat is geen kleine opdracht.
We spreken over een gezin van 11 kinderen, ondertussen allemaal tussen de 50 en 60+.
En ja, die hebben zelf ook kinderen. En die hebben op hun beurt ook weer hun leven. Sommigen met één kind, anderen met drie… enfin, ge kent dat.

En toch… onze grootouders, pépé en mémé, kregen dat elk jaar voor elkaar.
Iedereen samen. In hun huisje in Anderlecht.

Het was daar niet groot. Echt niet.
Maar gezellig? À fond.

Mijn favoriete moment?
De veranda. Wij, de kleinkinderen, samen Pictionary spelen.
Alé ja… Pictionary op onze manier, half vals spelen, half lachen, maar vooral veel te luid zijn 😄

Ondertussen zaten de nonkels en tantes in de keuken of het salon. Praten. Lachen. Herinneringen ophalen.
Dat gevoel… dat was echt top.

Toen pépé en mémé verhuisden — eerst naar een serviceflat, later naar een rusthuis — veranderde er iets. Logisch ook.
Iemand anders moest het overnemen.

En dat werd eigenlijk best goed gedaan.
De ene keer gingen we eten in een all you can eat.
Dan weer zei een tante: “kom maar allemaal, ik regel alles.”
Of we huurden een zaal, met eten van een traiteur.

Altijd anders, maar altijd samen.
En ja… dat bleef speciaal.

Tot op een dag mijn mama zei:
“Ik ga aan zee wonen.”

Nu ja, België is geen Amerika hé 😄
En we hebben zelfs familie in Luik, dus zo ver is dat allemaal niet.

De zee… de rust… het strand…
Ik snap het. Echt. Ik weet zelf ook al waar ik ooit wil eindigen.

En blijkbaar dachten nog een paar familieleden hetzelfde.
Want ondertussen vieren we al enkele jaren nieuwjaar… aan zee.

En ik ga eerlijk zijn.

Ik vind dat verschrikkelijk.

Niet de zee zelf, hein. Maar hoe het geworden is.
Elk jaar hetzelfde restaurant. Dezelfde menu.
Net genoeg plaats voor iedereen — zo’n beetje op elkaar geplakt.

En dan dat idee dat we er een heel weekend van moeten maken.
Blijven slapen. Liefst allemaal samen.

Op een bepaald moment dacht ik gewoon: allez… moet dat nu echt zo?

Dus ik zei dat eens tegen mijn nicht.
“Hey Sylvie… wat vind jij daar eigenlijk van?”

En blijkbaar was ik niet de enige.

Van het één kwam het ander.
We spraken met onze ouders. Die spraken met anderen.
Ge kent dat… dat begint te rollen.

Misschien hebben we wel een gevoelige snaar geraakt… who knows.

Want plots verscheen er een bericht in de familie-Facebookgroep (ja ja, die bestaat 😄).
Van de persoon die alles organiseerde.

En laat ons zeggen… de toon was niet echt zen.

Dingen zoals:
“traditie die jullie vader gestart heeft”
“achter mijn rug gepraat wordt”
“ik organiseer niets meer”

Ambiance.

En dan heb je natuurlijk ook de andere kant:
mensen die van niets weten en denken: wat is hier gaande?
Of die zeggen:
“aan zee is het goed, wie niet kan komen, komt niet.”

#RELAX, serieus.

Want uiteindelijk… wat hebben wij gezegd?

Gewoon dat we het misschien eens anders willen.
Iets dichter bij huis. Iets minder “verplicht”.
Iets… dat terug een beetje klopt.

En nu?

Stilte.

Het gesprek is gewoon gestopt.
En eerlijk… ik durf ook niet echt nog iets voorstellen.

En toch blijft dat in mijn hoofd zitten.

Moet ik mij gewoon aanpassen en meegaan?
Is het egoïstisch om iets anders te willen?

Mogen wij, de “kinderen” die ondertussen al lang geen kinderen meer zijn…
eigenlijk nog iets zeggen?

Want ik zit al lang niet meer in die veranda.
Nee.

Ik heb mijn plek ondertussen gevonden in de keuken. Of in het salon.
Tussen jullie.

En misschien is dat net waarom het wringt.